Column TVJO | Jeugdopleiding K. Berchem Sport

Jeugdopleiding K. Berchem Sport

Column TVJO

KBS: het aangewezen platform om je perfect voor te bereiden tot de voetballer die je kan worden.

Voetbal is complex: talentidentificatie en ontwikkeling is niet mogelijk op jonge leeftijd

Voetbal is een open skill sport. Dat betekent dat veel vaardigheden (o.a. techniek, inzicht, kracht, snelheid, motoriek, mentaliteit, besluitvorming) zich steeds moeten aanpassen aan een veranderende omgeving (o.a. medespelers, tegenstanders, ruimtes, bal). Al die variabelen maken het ontzettend moeilijk, zo niet onmogelijk om een voorspelling te doen bij heel jonge spelertjes om te kunnen stellen wie er over pakweg 10 jaar de beste voetballer is. Het gaat immers om kinderen die nog niet in de pubertijd zitten en waarvan de ontwikkeling op veel gebieden nog een groot vraagteken is.

Over alle clubs heen worden, door het subjectieve en onzekere oordeel van een scout of trainer, vele talenten niet altijd onderkend. Deze talentjes zijn overgeleverd aan de toevalligheden van het regionaal voetbal. Vaak krijgen dit soort jongens training van vrijwilligers (vaak ook vaders) met of zonder diploma, die helemaal niet geschikt zijn om training te geven. Zo ontwikkelt zich er een selffulfilling prophecy voor zowel scouting-units als geselecteerde spelertjes.

Tot deze conclusie kwam onlangs de universiteit van Edingburgh in haar studie over talentidentificatie.

De wereld van jeugdscouting stond meteen in het middelpunt van de belangstelling. Is het dan wel zinvol om spelertjes te gaan scouten die nog niet in de puberteitsleeftijd zitten..? Volgens wetenschappelijk onderzoek alvast niet.

Uit de studie bleek overduidelijk dat talent varieert en zich ontwikkelt op een erg grillige manier en zeker niet rechtlijnig. Huidige positieve en negatieve  eigenschappen/karakteristieken kunnen dus binnen de maturiteitsgroei veranderen of zelfs helemaal wegvallen of doorbreken…. Prestaties van nu zijn geen enkele indicatie voor later.

Sterker nog, uit vele wetenschappelijke onderzoeken (o.a van Brouwers en Martindale) is gebleken dat sporters die als junior/pupil tot de besten behoorden, maar al te vaak hele middelmatige senioren werden… en omgekeerd dat de subtoppers uit de jeugd de wereldtoppers van nu zijn geworden.

Onvoorspelbaarheid: enkele merkwaardige cijfers:

  • Van alle jongetjes die PSV de afgelopen 10 jaar zelf heeft gescout, in de onderbouw, heeft één jongetje het 1ste elftal gehaald: Jorrit Hendriks. Dat betekent dat de scouts er in 99% van de gevallen naast hebben gezeten.
  • Uit een Australisch onderzoek onder 256 topsporters kwam naar voren dat slechts 7% vroeger ook altijd tot de besten behoorde. En dat maar liefst 84% als kind niet werd gescout en/of vaak niet in het hoogste team speelde. Zij kwamen via een omweg aan de top.
  • Uit een onderzoek van Elsevier (Dromen in Duigen) blijkt dat in Nederland slechts 4,5% van de jeugdspelers uit de jeugdopleidingen van Betaald Voetbal Organisaties (profvoetbalclubs) het eerste elftal heeft gehaald. Dat wil bovendien nog niet zeggen dat zij uitgroeiden tot vaste basiskrachten. Zes clubs (ADO Den Haag, FC Groningen/Cambuur, NEC/FC Oss, FC Utrecht en Willem II/RKC) leverden samen in vier jaar amper tien volwaardige profvoetballers af. Dat is 0.4 speler per jaar en per club.
  • In Zweden worden, door tussenkomst van de Zweedse Ijshockeybond, spelers pas vanaf hun zestiende gescout. Bovendien vermijdt men zo dat er potentiële sterke spelers reeds vroegtijdig worden uitgesloten. En vaak zitten in die uitgesloten groep de meeste laatrijpe talenten. Sinds de Zweden de aanpak hebben veranderd, barst het niet alleen van het talent, maar behoort het Zweedse ijshockeyteam (inclusief jong Zweden) al weer jaren tot de wereldtop. In navolging hebben de Finnen en Denen het Zweedse model nu met succes gekopieerd.
  • In Duitsland kwam de DFB er na het EK 2000, ook achter dat meer dan de helft van de spelers die in ‘die Mannschaft’ speelde, op hun 16e nog steeds niet waren gescout door een topteam. Hoe was dat mogelijk?

Universiteit van Edingburgh: Interessante conclusies in de studie van talentidentificatie- en ontwikkeling. 

1)Intensief trainen op erg jonge leeftijd is onnodig en onverstandig

Eerst en vooral  bleek dat intensief trainen op jonge leeftijd niet nodig is en bovendien onverstandig. Wetenschappers hebben aangetoond dat intensief trainen tussen het 6e en 12e jaar de kans niet vergroot op een carrière als voetballer. Zo vroeg al specialiseren is niet nodig voor de voetbalsport, maar meer geschikt voor een sport als turnen en kunstrijden. Zo jong al kiezen voor één sport (het specialiseren) wordt zelfs afgeraden. Uit studies blijkt dat het veel beter is als een kind zich op die jonge leeftijd bezig houdt met meerdere sporten. Dat komt de mentaliteit, beweeglijkheid, motoriek en motivatie vaak ten goede.

Kinderen die voortijdig overstappen naar een profclub kiezen voor vroege specialisatie met dus van jongs af aan gedurende lange tijd heel intensief trainen, onder prestatiedruk en ver buiten hun habitat, niet nodig en niet verstandig. Bovendien vergroot de kans om later te maken te krijgen met blessures, motivatie-problemen, sociale-problemen, burn-out, depressiviteit en stress. Laat nu  net Berchem Sport mee de drijvende kracht zijn achter een nog op te starten omni-sport-project op het Rooi. Onze staf heeft al langer ingezien dat dit voor de talentontwikkeling van haar leden van groot belang kan worden.

2)Kwaliteitstraining vormt de basis van talentontwikkeling

Uit een onderzoek van Ward & Williams bleek dat de betere techniek van 8-jarige gescoute ‘talentrijke’-voetballertjes het resultaat was van  kwaliteitstraining en -coaching die zij hadden gekregen en niet door hun genetische superioriteit (talent).

Aanleg is uiteraard belangrijk maar het belang van goede trainingen is hiermee nog maar eens onderstreept. Zoals eveneens blijkt uit de Edingburgh studie zorgen goed geleide clubs voor kwaliteitstrainers en opleiding met spelertjes uit de regio (zie ook hierboven: het voorbeeld in Duitsland).

Ook het creëren van een leeromgeving wordt alweer vernoemd. Rond dit thema hebben we reeds eerder een column gewijd.

3) Het belang van sociale en psychologische omgevingsfactoren.

Het voorbeeld van Duitsland

In Duitsland zijn ze al jaren geleden gestopt met het scouten van kinderen uitkomend voor de categorie u12 of jonger. Ze vinden het belangrijk dat jonge kinderen goed worden opgeleid binnen hun eigen club en vooral binnen hun eigen vertrouwde omgeving. Ook daar kan een goede talentidentificatie en ontwikkeling (die normaal tussen de 2 tot 5 jaar duurt) plaatsvinden.

Profclubs stationeren daarom hun trainers part-time bij amateurclubs. Het samenwerkingsidee in een volgend stadium dus. De  clubtrainers moeten voldoen aan minimale opleidings-eisen, en de kinderen krijgen maximaal 3x in de week training om fysieke en emotionele overbelasting te voorkomen.

De keuzes van KBS

De weg die KBS heeft gekozen om onze jongste talentvolle spelers in alle rust tot rijping te laten komen leunt hier dicht bij aan. Gedreven en sterke eigen trainers, met ondersteuning vanuit Genk (vooral via Talent Academy). Keuze voor maximaal 3 trainingen/week om ook aandacht te kunnen blijven houden voor school, sociaal en familiaal leven. Wanneer spelers stabieler worden en weten wat ze willen zijn ze klaargestoomd om ofwel hogerop te gaan (voor hen die echt streven naar een profcarrière), ofwel met maximale kansen een (liefst het eigen) 1ste amateurteam te halen.

Scouting blijft belangrijk zolang men spelertjes niet uit hun eigen habitat haalt en zolang men hun focus niet volledig opeist. Te veel nadruk op concurrentie in de jongste (lees: voor puberteit) leeftijdscategorieën hoeft niet. Algemene ontwikkeling met ook aandacht voor niet- voetbalzaken is veel belangrijker. Bij KBS is de straal waarbinnen onze scouting actief is erg klein. We zoeken enkel in Berchem en de dichte omgeving van Berchem. De limiet (voor oudere jeugd) ligt daarbij in de buurt van ca 20 kilometer.

4) Snel specialiseren: achterhaalde visie

De opvatting dat je al heel vroeg moet beginnen met specialiseren en opleiden is volkomen achterhaald. Het 10.000 uren trainingsmodel van Ericsson is wetenschappelijk weerlegd..

Het barst van de sporters die een topper werden met de helft of zelfs minder. En het barst van de talenten die 10.000 of meer uur trainden en waar niemand ooit nog van gehoord heeft. Dat komt overeen met andere onderzoeken o.a van de NOC*NSF (Nederlands Olympisch Comité & Nederlandse Sport Federatie) waarin staat dat talentontwikkeling van 5-8 jaar volstaat en dus niet 10 jaar of langer moet duren.

Met deze bevinding kunnen spelers zich bijgevolg rustig ontwikkelen zonder al van bij de start enkel op voetbal te focussen. Leuk nieuws voor clubs zoals KBS die daar op wedden. Een duidelijk surplus voor onze methodiek.

Bijlage:

Universiteit van Edingburgh: Bevindingen uit de studie van

 “talentontwikkelingsprogramma’s en -onderzoeken”

De universiteit van Edingburgh heeft een studie gedaan naar talentidentificatie en -talentontwikkelingsprogramma’s en -onderzoeken. Zeer interessant. Hieronder een aantal bevindingen uit deze studie.

  1. Identificeren van talent is subjectief (85% van de trainers en scouts gebruiken geen talent-identificatiesysteem om talent te ontdekken…het gebeurt puur subjectief…)
  1. Talent is onmogelijk te voorspellen zolang de speler instabiel is (tot puberteit)
  1. talent varieert en ontwikkelt zich  zeker niet rechtlijnig. Huidige positieve karakteristieken kunnen binnen de maturiteitsgroei veranderen of wegvallen…
  1. Huidige positieve karakteristieken kunnen binnen de maturiteitsgroei veranderen of wegvallen…
  2. Fysieke variabelen blijken nooit te behoren tot de determinerende factoren van talent. Wel integendeel: het overwinnen van een fysieke achterstand is vaak reden tot succes en tot een echte wil om er te kunnen komen, iets wat premature spelers vaak zullen missen…
  3. Verhuizen naar een profclub leidt tot te vroege specialisatie. Die leidt op zijn beurt tot een gebrek aan algemene sportieve ontwikkelingskansen. Dit kan verder ook leiden tot blessuregevoeligheden en tot vroegtijdige burn-out
  4. Vandaag zijn talent-identificaties vooral gebaseerd op fysiologische en morfologische eigenschappen van de jonge speler. We missen vooral de psychologische impact en omgevingsfactoren.
  5. Met geduld de ontwikkeling van het kind begeleiden is de weg naar talent ontwikkeling.… iedereen komt anders in beeld vanaf een zekere leeftijd (puberteit)… het is de kunst daarop te focussen… (bij twijfel te vroeg concluderen zal mogelijke talenten uitsluiten…)
  6. 85% van de voetbaltrainers en scouts gebruiken geen talent-identificatiesysteem om talent te ontdekken…het gebeurt allemaal zeer subjectief…
  7. Mentale en psychologische factoren spelen een belangrijke rol. We moeten ook deze aspecten hun plaats geven binnen talentidentificatie – en ontwikkeling.
  8. niet te snel specialiseren… studies tonen aan dat dit voor de puberteit niet leidt tot betere ontwikkeling…doe meerdere sporten en ontdek ook je capaciteiten voor een andere sport…(hier is KBS bezig om samen te werken met een “all round” sportbegeleiding via samenwerking met andere sportorganisaties.
  9. Een leeromgeving creëren is essentieel en leidt tot meer fun en intrinsieke motivatie(zie ook eerdere columns omtrent motivatie)
  10. In Duitsland wordt eerst gedacht aan algemene coördinatie, bewegingsleer en algemene fysieke ontwikkeling (LTPD)… vooraleer té veel te specialiseren…(zie het initiatief van “bewegingsschool” en “LTPD” binnen onze KBS-opleiding)
  11. NGB (sportbonden) have become oriented towards talent
    selection, with major initiatives focused on performance measures as the means to identify those to be nurtured. Such procedures run the risk of eliminating potentially talented individuals